woensdag 25 januari 2017

Make America great again?

Make America great again? Er is ontzettend veel te zeggen over de politieke keuzes van president Trump: sommige zijn bizar, andere weer toe te juichen. Ik volg dat met aandacht, uit interesse en omdat ik geloof dat het volgen van het nieuws een taak voor zowel priesters als wetenschappers is.
In de dagen rond de inauguratie heb ik ook wat invalshoeken belicht die m.i. in de Nederlandse berichtgeving onvoldoende aan bod kwamen. Zoek bijvoorbeeld eens op "Scientists' March" - aanleiding en inzet zijn een stuk belangrijker dan het ontegenzeggelijk grapppige filmpje van Lubach. De NOS houdt zich bezig met een viral filmpje terwijl wetenschappers het zwijgen opgelegd krijgen middels 'gag orders' en het dichtdraaien van geldkranen.

Andere dingen zijn juist weer toe te juichen. Bernie Sanders staat te klappen bij het intrekken van TPP, en weer anderen zijn blij met het herstellen van de Mexico City Policy. Het herstellen en buiten werking stellen daarvan is trouwens sinds Reagan een heen en weer tussen GOP en Democraten.
De grond van de zaak is: het zit allemaal wat ingewikkelder dan 'Trump is een idioot en zijn stemmers zijn bange rednecks'. Dat 's mans woorden en daden blijk geven van een aantal zorgelijke karaktertrekken is overigens van links tot rechts onomstreden in de Verenigde Staten. Verder gebeuren er aan beide kanten dingen die menselijk of democratisch niet door de beugel kunnen. Het cyberpesten van Trump richting tegenstanders is niet okay. Het cyberpesten van zijn tien jaar oude zoon is óók niet okay. Kort en goed: er is dus veel te zeggen. En veel daarvan ga ik niet zeggen, om twee simpele redenen: ik heb hier werk te doen, en ik heb geen zin om vijf maanden lang uit te leggen dat nuance niet betekent dat ik een aanhanger van de president ben.
Wat m.i. belangrijk is, is dat de vrije pers zijn werk kan doen. Daarom heb ik een abonnement op de New York Times. Iedereen die echt wat nuttigs wil doen vis-à-vis de V.S. raad ik aan iets soortgelijks te doen. Dat levert minder likes op dan een post waaruit blijkt dat jij wél okay bent, maar het maakt een groter verschil in de samenleving.


zaterdag 5 november 2016

Protestantse eerbied voor Willibrord is nodig

De opening van het Reformatiejaar herinnert ons aan een pijnlijk gegeven: de christelijke kerk is verdeeld geraakt. In Nederland lopen die breuklijnen door. Zo ontstond recentelijk tumult rond de Utrechtse Willibrordprocessie. De verstoorde verhoudingen hebben baat bij een gemeenschappelijke bezinning op de apostel van de Lage Landen. Deelname van protestantse christenen is daarvoor wezenlijk. Want onze gemeenschappelijke erfenis verplicht ons tot een gemeenschappelijke toekomst.
In twee kerken wordt de persoon van Willibrord bijzonder in ere gehouden. Op 7 november vieren zowel de rooms-katholieke als de oud-katholieke kerk zijn liturgische gedachtenis. Zij hebben echter ook allebei een aartsbisschop in Utrecht, die ze als opvolger van Willibrord beschouwen. Van protestantse zijde is het relatief stil rond Willibrord. Dat is opmerkelijk, gezien het feit dat uitgerekend de Domkerk letterlijk gebouwd is op de funderingen van Willibrords kerk. Maar wellicht vinden we hier juist de oplossing voor de bestaande tegenstellingen. In Jeruzalem bewaart een moslim de sleutel van de Heilig Grafkerk, opdat de christenen er geen ruzie over maken. Op dezelfde manier kan juist de protestantse deelname aan het gesprek over Willibrord bijdragen aan het vlottrekken van een ontspoord oecumenisch gesprek.
Want ontspoord is het gesprek zeker. In de Willibordprocessie, georganiseerd door de rooms-katholieke kathedraal in Utrecht, werd uitdrukkelijk gekozen voor een exclusief rooms-katholiek karakter. Dit werd door sommigen bejubeld als een zege van het eigen gelijk, anderen genoten van een mooie rel, en weer anderen betreurden de gang van zaken om zeer uiteenlopende redenen. Als priester van het organiserende kerkgenootschap betreur ik het dat een feest van geloof aanleiding geeft tot ruzie. Wat mij betreft is de belangrijkste vraag niet aan wie dat ligt. De vraag is wat we doen aan de kater die we aan dit voorval over hielden.  
Het antwoord ligt in een gezamenlijke herbezinning op de persoon van Willibrord. Hij was een monnik, die de zegen van de paus zocht voor zijn missie in onze streken. Dat vertelt ons iets over wie hij was, en over het geloof dat hij kwam brengen. Dit geloof is een gedeelde erfenis. Tegen het veelgodendom van de Franken en Friezen, preekte Willibrord het geloof in de ene, ware God. Het christelijk geloof is dus niet toevallig in Nederland aangespoeld, het is er bewust naar toe gebracht. Dat het geloof vanuit Jeruzalem uiteindelijk ook zijn weg naar ons vond, hebben we in belangrijke mate aan Willibrord te danken. Daarna waren het de erfgenamen die het overgeleverde goed verdeelden. Nu is het is de hoogste tijd dat die verdeelde erfenis weer samen gebracht wordt. Iedere traditie draagt een deel van Willibrords erfgoed met zich mee. Rond de eerbiedige gedachtenis aan zijn persoon brengen we die delen weer samen.

Deze opinie verscheen in een ingekorte versie in Nederlands Dagblad van 7 november 2016

zaterdag 1 oktober 2016

Gold card singles

Respons bij de presentatie van het boek 'Mooi niet alleen'  van ds. Rebecca Onderstal.

De celibatair -zoals ikzelf- is eigenlijk een Gold Card single. Iedere luchtvaartmaatschappij heeft wel een Gold Card, of zoiets. Dan zit je ook net als iedereen in een vliegtuig te zweten, maar de wachtruimtes zijn comfortabeler, de rijen korter, de drankjes lekkerder, en de stewardessen vriendelijker. Zo zijn celibatairen Gold Card singles.Wij hebben dezelfde problemen met de veel te grote hoeveelheden voorverpakte etenswaren van de Albert Heijn, en onzinnige toeslagen wanneer je een reis boekt. Maar: geen ex, en geen moeizame dates. Je hebt vrienden die ‘net zo’ zijn, want die kom je immers tegen op een seminarie. En uiteindelijk rol je binnen in een leven dat helemaal ingericht is op singles. Sterker nog: waarschijnlijk zou het pas echt in de soep lopen als ik het niét was.

Het single bestaan is mij niet overkomen. Ik heb nooit de neiging gehad om met de slingers in de hand een potje te huilen, om maar een mooi beeld uit het boek te gebruiken. Jarenlang heb ik nagedacht over dit leven, en er uiteindelijk uit overtuiging voor gekozen. Dat betekent overigens niet dat het zonder strubbelingen is, waarover straks meer. Maar ik heb dus geen ervaring met een regulier single-bestaan…Daarom zal ik me maar beperken tot datgene waar ik het meeste van af weet: het bestaan van de Gold Card single.Overigens niet om de economy class singles de ogen uit te steken, of om meer Gold Cards te slijten. Ik ben vooral blij dat ik vanavond de gelegenheid heb om een veelal onbegrepen levensvorm wat toe te kunnen lichten.

En hoe zit het dan met ‘dat celibaat’. Laat ik beginnen bij de toelichting uit het boek. Neem en lees, die is goed! En wel hier om: Rebecca poogt in alle oprechtheid er iets van te begrijpen, en deelt een bijzondere ontdekking: het leven van deze ongehuwden heeft ontzettend veel te maken met liefde en toewijding. Die respectvolle benadering vormt een groot contrast met de ervaring die iedere priester regelmatig opdoet: de bewering van anderen dat je leven afgesneden is van de liefde. Persoonlijk vind ik dat het moeilijkste aan het celibaat. Niet het offer, de huidhonger die we ook hebben, maar het me moeten laten welgevallen dat anderen zo over mijn leven spreken. Als single kun je het idee hebben dat mensen iets over je denken… tegen celibatairen zeggen ze het hardop – en lang niet altijd fijnzinnig…

Het celibaat is iets wonderlijks, maar ook een wonder van liefde. Dat blijkt gelukkig ook in het boek, dank daar voor! Ik herken er iets van wat sinds mijn diakenwijding op Facebook staat. Bij relatiestatus heb ik toen ingevuld: “het is ingewikkeld”. Want eerlijk gezegd - shocker - beschouw ik God niet als mijn partner. Er staat in het boek dan ook terecht een vraagteken achter die uitdrukking. Ja, ik heb mijn leven aan Zijn dienst gewijd. Ik leef voor Hem, en poog met Hem te leven. Maar ik ben er één van velen, van Zijn kinderen en van de grote familie van God die de kerk is. Daar voel ik me prettiger bij dan bij een soort grote claim op mijn relatie met Hem. Hoewel er verschillen zijn tussen reguliere singles en singles van mijn soort, zeg maar, zijn er ook wel wat overeenkomsten.
We hebben dezelfde dingen nodig om gelukkig te worden in onze levensvorm. Eén van de tips die achter in het boek staat is: wees thuis bij jezelf. Laat dat nu ook het advies zijn dat mijn eerste geestelijk leidsman mij jaren geleden gaf. Het gaat over het kunnen uithouden van het alleen-zijn, maar ook over het genieten van vriendschap. In de vriendschap met andere priesters ervaar ik een vorm van intimiteit. Ik kan die niet vergelijken met andere vormen van intimiteit, maar ik stel vast dat ik me er veilig en goed bij voel. Denk bijvoorbeeld aan deze liefdespoëzie: “Jouw goedheid is mijn thuis en de plek waar ik me veilig voel”. Dat is intimiteit. En het zijn woorden die Benedictus XVI tot zijn opvolger Franciscus sprak.

Wat ook naar voren komt is ‘trouw’. Man en vrouw zijn trouw aan elkaar. Effectief, door niet met een ander naar bed te gaan. Maar minstens net zo belangrijk is om ook affectief trouw te zijn, op het vlak van je emoties. Dat gaat over een bepaald meesterschap over je verlangens, zeker wanneer je verlangt naar iemand die bij een ander hoort. Dan ben ik affectief ontrouw aan mijn commitment. Als ongehuwde en als priester bestaat ook het gevaar dat iemand haar affectieve trouw verliest bij mij. Iemand kan zich onbegrepen en onbevredigd voelen in de eigen relatie. Als single ben ik niet per se een gevaar voor die relatie. Maar ik moet me bewust zijn dat iemand kan willen wegvluchten bij mij. Het overkomt mij regelmatig dat ik -in mijzelf- een heldere grens moet trekken: ik kan niet het surrogaat worden voor iets dat iemand in het eigen huwelijk niet vind. Niet alleen om trouw te blijven aan mijn eigen keuzes, en om net zo min de trouw van een ander te ondergraven.  

Het vraagt dus onderhoud. Maar ik heb een bevoorrecht leven. En ik ben blij dat iets daarvan in het boek terug te vinden is. Waar Rebecca hier vooral een bijdrage aan levert is een positieve waardering van het single bestaan. Als Gold Card single kan ik dat alleen maar toejuichen. Het is gemakkelijk om te zien wat er niet is: geen relatie, geen erkenning misschien? En dan ook nog vuile bordjes… Maar ik beaam het advies dat aan het eind van het boek gegeven wordt: omarm je bestaan. Meer nog: geniet er van! Natuurlijk is er gebrokenheid. Maar we kunnen ons ook blind staren op gebrokenheid, op dezelfde manier waarop we ons blind staren op de schijnbaar perfecte levens van mensen die in real life Ikea-folders wonen. Jezus spoort ons aan om minder te tobben, en méér te leven. In de woorden van de kerkvader Ireneus, om af te ronden: “de glorie van God is de levende mens”. 

Gold Card Single aan het woord. Foto: Rebecca Onderstal.

vrijdag 9 september 2016

Laat de wederzijdse karikaturen toch los en luister naar elkaar

Een even opmerkelijke als verheugende boodschap: de liberalen hebben de moraal weer ontdekt (Trouw, 6 september). Uit de uitlatingen van premier Rutte en minister Schippers blijkt nog wel hoe onwennig dat gaat. Gelovige denkers moeten deze kans aangrijpen om zich meer te engageren in het publieke debat over normen en waarden. Daarbij moeten ze de liberalen wijzen op de valse tegenstelling van religie en vrijheid, én hen behoeden voor oude fouten van de kerken.

“We moeten ons weer met elkaar bemoeien”, aldus premier Rutte. Minister Schippers beaamt het, al lijkt zij maatschappelijk engagement vooral te zien als de verkoopafdeling van de BV Nederland. Het is dan ook verleidelijk om de scepsis te laten overheersen. Maar voor geëngageerd gelovige denkers is dit het moment om niet langer aan de kant te staan. De vragen die worden gesteld zijn al eeuwenlang onderwerp van discussie. Ze gaan over het wezen van de vrijheid, de plaats van het individu in de samenleving, en ethiek. In kerkelijke kringen wordt veel geklaagd over de marginalisering van gelovige stemmen in het publieke debat. Dit is de kans om daar wat aan te doen. Om het debat open te breken zou eerst gesproken moeten worden over de valse tegenstelling van vrijheid en religie. Religie functioneert in die tegenstelling als een containerbegrip, waarin geen ruimte is voor de nuance tussen de staatsgevaarlijke salafist met jihadistische sympathieën, en de vrijzinnige protestant die over veel dingen net zo liberaal denkt als de VVD.

Schippers verzucht dat religie achterhaald is, en dat er een heuse vrijheidscoalitie aan te pas moet komen om dat besef door te laten dringen. Het afserveren van een aanzienlijk deel van de samenleving is echter een slechte basis voor gezamenlijkheid. Daar komt bij dat het indruist tegen het zelfverstaan van grote groepen gelovigen, die juist in hun godsdienst een unieke vorm van vrijheid ervaren. Terecht merkt Schippers op dat heilige huisjes in alle hoeken van de samenleving te vinden zijn, en dus ook in de liberale wijk. Daar is het bijvoorbeeld een veel voorkomende gedachte dat godsdienst per definitie een vorm van onvrijheid is waar het individu van bevrijd moet worden. Dat heilige huisje moet dringend tegen de vlakte. Willen de liberalen daar ook over in debat gaan als het gaat over de basis van ons samenleven?

Beide zijden

Dit is een pleidooi voor een open debat, en dan wel van beide zijden. Denkers uit met name de grote kerken in Nederland kunnen ook reflecteren op de geschiedenis van de eigen invloed. Daarin zijn inderdaad voorbeelden te vinden van het dwingend willen opleggen van ideeën, en het laten samensmelten van geloof en burgerlijke moraal. Hoe heeft dat kunnen gebeuren? De samensmelting van geloof en spruitjeslucht is een ergerlijke karikatuur, maar wel een die zijn wortels heeft in de geschiedenis. Het is terecht om te protesteren tegen die eeuwige vergelijking, alsof er in vijftig jaar niets veranderd zou zijn. Maar gelovige denkers en kerkelijke leiders zullen dan ook moeten verhelderen waar het ze dan wél om te doen is. Een echt gesprek tussen liberale en christelijke denkers, ja zelfs een maatschappelijk debat, is een moeizaam gebeuren. Het vraagt om het geduld om naar elkaar te luisteren. Een eerste vereiste is, de wederzijdse karikaturen los te laten. Laten denkers uit gelovige hoek de uitgestoken liberale hand aannemen. Het gaat immers over meer dan het eigen gelijk. De inzet is een gedeeld belang: ons vrije samenleven in Nederland


Bron: Trouw, 9 september 2016

donderdag 3 september 2015

Niets doen is pas lullig

Op de voorpagina van mijn dagblad stond een foto van een dode peuter. Aylan Kurdi was drie jaar oud, zijn lijk was aangespoeld op het strand van Bodrum. Het beeld is keihard, en heeft me de hele dag achtervolgd. ’s Avonds hoorde ik cultuurtheoloog Frank Bosman op de radio. Hij was ook geraakt door de foto. Maar hij had er ook een probleem mee. Want zo’n beeld legt een “ondraaglijke morele druk op individuele burgers.”


Kern van het bezwaar van Bosman is dat we als burgers weinig kunnen doen tegen de grote vluchtelingenproblematiek. De VN, de EU, ze staan allemaal machteloos. Wat moeten wij dan doen? “Ik voel me een lul, omdat ik niks kan doen,” in zijn eigen woorden. Een eenvoudige burger kan kleine of iets minder kleine dingen doen, maar het is een druppel op de gloeiende plaat. Je kunt zelfs in Italië helpen om mensen uit zee te redden. Je redt dan een leven, maar op de schaal van het hele probleem is het “klein grut”.

Laat ik het nu hardgrondig oneens zijn met mijn collega Bosman. Voorop gesteld: ik waardeer Frank zeer. Leuke collega, aardige vent. En hij neemt het voor moeder kerk op wanneer anderen in een hoekje zwijgen. Ook nu is hij niet bang om een impopulair standpunt te vertegenwoordigen. Maar waar is de hoop? Een mensenleven redden is geen klein grut. Het Evangelie leert juist wat de kracht is van druppels op een gloeiende plaat.

We kunnen wél iets doen. Vluchtelingenwerk kan voor € 1500,- een gezin herenigen. Die hoeven dus niet duizenden dollars te betalen voor een levensgevaarlijke tocht in een gammel bootje. Ze crowdfunden, je kunt meedoen. Vrijwilligers gaan naar Lesbos en Kos. Daar vangen ze mensen op in samenwerking met grote hulporganisaties. Je kunt er zelf heen gaan, of ze financieel ondersteunen. In Apeldoorn melden mensen zich aan als gastgezin voor een vluchteling. Kun of wil je dat niet doen? Je kunt ook helpen door een kop koffie te zetten of te helpen met het invullen van formulieren.

Jezus preekte over een grote verandering in de wereld: het koninkrijk van God. Maar Hij benadrukt steeds hoe het door kleine dingen tot stand komt. Het is als een beetje gist in brood, als een mosterdzaadje in de grond. Dat is klein, lullig bijna. Ik snap Frank wel als hij zegt: “Ik voel me een lul, omdat ik niks kan doen.” Weinig kunnen doen is lullig. Maar als je helemaal niets doet, dan ben je inderdaad een lul. 

zaterdag 2 mei 2015

Verbinding

Vorige week was ik in Polen, voor een internationale conferentie van theologen. Op de laatste dag van de conferentie kwam een Amerikaanse professor naar me toe. Hij vroeg of het echt waar was dat de kardinaal van Nederland duizend kerken wilde sluiten. ’s Middags stelde een Poolse priester mij dezelfde vraag. Ik heb hen allebei hetzelfde antwoord gegeven. Allereerst hebben we niet eens duizend kerken in het aartsbisdom Utrecht. En ik geloof oprecht dat kardinaal Eijk geen kerken wil sluiten. Ze gaan dicht omdat er geen mensen komen, geen vrijwilligers zijn, en het geld eenvoudigweg op raakt. De kerkgebouwen hebben standgehouden door decennia van ontkerkelijking heen, nu is de koek voor veel gemeenschappen echt op.

Vanmiddag bleek dat niet alleen Amerika en Polen horen over het reilen en zeilen in het verre Nederland. In een Italiaanse krant las ik dat de kardinaal vergeleken werd met kalief al-Baghdadi. Inderdaad, het hoofd van de moordlustige ‘Islamitische Staat’. De overeenkomst is kennelijk dat ze allebei Christenen verdrijven. Tenminste, de demonstranten die onlangs op de Maliebaan stonden werden niet het slachtoffer van een bloedbad – dus daar zal de vergelijking wel niet op gebaseerd zijn. Na deze twee berichten weet ik twee dingen zeker. Het fatsoen is al lang geleden zoek geraakt. En de waarheid is steeds lastiger boven tafel te krijgen.


Beslissende keuzes

De kerk in Nederland staat voor beslissende keuzes. Daar staan we eigenlijk al heel lang voor, maar de noodzaak om keuzes te maken wordt steeds dringender. Keuzes in de kerk, de gemeenschap van gedoopten, vinden hun basis allereerst in het Evangelie. Voordat we elkaar in de haren vliegen, moeten we samen de vraag stellen: wat zegt de Heer? “Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft terwijl ik blijf in Hem, draagt veel vrucht,” zegt Hij in het Johannes-evangelie.

Het Evangelie spreekt over de belangrijkste verbinding van allemaal: de verbinding met Jezus en, door Hem, met de Vader. Het doel van die verbinding is dat we vruchten dragen. Verder op vertelt Jezus zijn vrienden wat die vruchten zijn: liefde, vreugde, vriendschap, en geloof. Uiteindelijk zal Jezus de Heilige Geest geven aan zijn leerlingen, opdat ze Zijn boodschap verder zullen brengen in de wereld. Zonder die verbondenheid met Jezus kunnen we niets. Als we losraken van Jezus, dan verdrogen en verdorren we. Ons geloof wordt dan een vruchteloos en gefrustreerd zwoegen.


Verbinding met Jezus is de voorwaarde voor bloeiende gelovigen. Die gedachte staat in schril contrast met de verdeeldheid die steeds verder opgestookt wordt – en waar overigens niet slechts één schuldige aan te wijzen valt. Maar laten we bij het woord ‘verbinding’ ook opmerken dat het gaat om de verbinding met Jezus. Het kerkgebouw en de geloofsgemeenschap zijn middelen die ten dienste staan van die verbinding. Soms, steeds vaker zelfs, moeten we over de grenzen van de eigen gemeenschap heengaan om daar aan te werken. Dan verbinden we ons met parochianen elders, om ons geloof op te laten bouwen. Dan komen we samen om de sacramenten te ontvangen, die ons helpen om “in Hem” te blijven.

Over grenzen heen

Na bijna vijf jaar priesterschap ben ik er steeds meer van doordrongen dat de ontwikkelingen mensen heel veel pijn doen. Ik begrijp dat veel keuzes buitengewoon teleurstellend uitvallen. Het is lastig om het onder woorden te brengen, maar ik wéét wat de kerk mensen waard kan zijn. Daarom begrijp ik ook heel goed dat mensen juist nu verlangen naar verbindende leiders, in hun parochie en hun bisdom. Zelf ben ik geen priester geworden om de Emmanuelkerk in Zutphen te sluiten, zoals we deden met het pastoraal team daar. Ik ben ook geen priester geworden om te preken over kerksluiting, zoals ik dit weekend doe. Ik ben priester geworden om mensen te verbinden met Jezus Christus, de ware wijnstok. Want ik geloof dat mensen vanuit die verbinding tot bloei komen, en gelukkig worden. Die verbinding met Jezus is nog volop mogelijk. Hij verbindt ons ook met elkaar, over de grenzen van geloofsgemeenschappen en bestaande parochiestructuren. Het is de verbinding met Hem die je vasthoudt als alles om je heen wegvalt, tot de muren van je kerkgebouw aan toe. Blijf in Hem, Hij laat niet los.

Wat ik ten diepste verlang, is dat we elkaar in de kerk niet als vijanden zien. Ik zou verlangen dat geloofsgemeenschappen niet zouden concurreren, bijvoorbeeld over wie de nachtmis krijgt met Kerstmis. Dat is geen verzonnen voorbeeld, en er zijn er nog veel meer. We zijn geen concurrenten, en geen tegenstanders. “Gij zijt de ranken,” zegt de Heer. Het eerste wat telt is dat ieder van ons verbonden blijft met Hem. In mijn parochie heeft het pastoraal team net een beleidsplan gepresenteerd, met de titel “Onderweg in Geloof.” Eén van de speerpunten is het zoeken naar verbinding in kleine geloofsgroepen, en samenwerkingen over grenzen heen. Wat ik verlang, is dat we iets van die visie waar kunnen maken. Wat ik verlang, is dat de sacramenten zó belangrijk zijn, dat we ze het liefst met elkaar vieren. Mijn verlangen is, dat we samen de verbindingen zoeken met Jezus. Hij belooft ons dat we dan vruchten zullen dragen. Vruchten van eensgezindheid, van het vurig enthousiasme van de Heilige Geest, en de zoete vrucht van een vreugdevol geloof.

zaterdag 10 januari 2015

Leef!

Ieder begin heeft iets magisch in zich. Er kan nog van alles gebeuren, er is nog veel te ontdekken. Jonge ouders ervaren dat van heel dichtbij. De geboorte is namelijk het ultieme begin. Alle levensdagen zijn nog te leven, alles moet nog ontdekt. Wanneer je er in geloof naar kijkt, is het begin niet alleen magisch maar heeft het ook een belofte in zich. De belofte van God dat Hij de Vader van ieder kind is en ieder kind roept om Zijn weg te gaan en Hem te leren kennen. Wanneer ik als priester kinderen doop, vertel ik over die belofte. De belofte van een nieuw leven is heel duidelijk aanwezig in de geboorte van Jezus. De geboorte zelf is al “goed nieuws voor heel het volk” – de Verlosser is er. En als we het kind zien, zien we al “the dawn of redeeming grace” van de ‘grote’ Jezus, aldus een Engels kerstlied.

Geloofsweg

Zelf werd ik gedoopt toen ik precies een maand oud was. Dus ik herinner me er niets van. Al heb ik later wel onthouden wat mijn ouders op het geboortekaartje lieten zetten:  “Geef dat Hij van ons leert kijken naar Hem die het licht der wereld is, en steeds meer op Hem gaat lijken: een lichtglans in de duisternis.” Toen ik priester werd, was ik me erg bewust dat mijn geloofsweg begonnen was met de Doop en met die opdracht.

Hoewel ik me dat dus wel bewust was, werd het belang van dat nieuwe leven me pas echt duidelijk door de dood. In februari overleed een Canadese vriend, Alan DeSilva, door een auto-ongeluk. Hij was dertig jaar en liet een vrouw en twee kinderen achter. Halsoverkop vloog ik naar Edmonton om bij zijn uitvaart te kunnen zijn.  Alan was een opgewekte man met een sterk en opgewekt geloof. Dat geloof was gevormd door de Wereldjongerendagen, waar ik hem van kende. In de jaren daarna was het nog meer gegroeid. Het was zijn overtuiging dat hij na de dood thuis zou komen in Gods liefde. Maar die liefde van God was moeilijk te begrijpen toen ik met intens verdrietige vrienden over de dood van onze vriend nadacht. We geloven allemaal dat hij wel in de hemel zal komen. Maar zijn dood was onverwacht, onverdiend, keihard en zinloos. 

Live a life of influence

De week voorafgaand aan de uitvaart was een verdrietige tijd. Toch werden we ook geïnspireerd. In zijn dertig jaar op aarde had Alan veel gedaan. Hij was getrouwd met een schat van een vrouw, samen hebben ze twee lieve kinderen. Kort geleden was hij gepromoveerd en hij was net begonnen als docent aan de universiteit. Los daarvan: hij spoorde de mensen in zijn omgeving aan om iets te maken van hun leven. En dat deed hij zo geloofwaardig dat ze ook luisterden. Hij wilde een verschil maken, en dat wist hij al vroeg. Op de middelbare school moest hij een toespraak geven namens zijn jaargroep. Hij sprak over de invloed die anderen op hem hadden, ook al wisten ze het niet altijd. Die maakten hem tot wie hij was. Dat wilde hij zelf voor anderen doen: “I hope that who I am can go and make a positive impact in the lives of others. I hope to live a life of influence.”

Omdat ik plotseling naar Canada gevlogen was, had ik een jetlag van jewelste. Daarom zat ik een paar dagen voor Alan’s uitvaart om zes uur ’s ochtends in de keuken na te denken over de dood. Ik bedacht me dat het bijna Pasen was en besloot de lezingen van de Paasnacht te lezen. Misschien zouden die verhalen me iets zinvols vertellen. En ik moest ook zelf iets te vertellen hebben aan de volwassen vrouw die ik zou dopen. Zij wilde een nieuw begin maken in haar leven. Wat moest ik vertellen, nu het leven zo breekbaar bleek te zijn.


Begraven met Christus

Al lezend werd ik enorm geraakt door de Romeinenbrief van de apostel Paulus. Hij heeft het over de doop, de dood en een nieuw leven. Maar dat nieuwe leven begint niet met onze ‘echte’ dood. Het nieuwe leven begint al eerder, wanneer we gedoopt worden. “Door de doop (…) zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden.” Dat klinkt wat vaag. Met Jezus begraven? Het klinkt vaag omdat we iets anders voor ons zien bij het woord ‘doop.’ Je ziet waarschijnlijk iets voor je met een baby en een beetje water over het hoofd. Paulus niet… hij denkt aan volwassenen. Die stonden bij hun doop rechtop in het water. Vervolgens werden  ze helemaal onder water geduwd. Onder het water kunnen we als mensen niet meer leven. Onder water gaan is een symbool voor de dood. Zo wordt iedereen in de doop eerst ‘met Hem begraven.’ Na dat ‘begraven’ stond de pasgedoopte weer op. Hij krijgt weer lucht, kan weer leven. In de symboliek van de doop is hij of zij de weg van Jezus gegaan: gestorven, begraven en opgestaan in een heel nieuw leven met God.  

Op de doop volgde een zalving met chrisma, een gewijde olie die we nog steeds daarvoor gebruiken. Die zalving geeft de gedoopte de opdracht om koning, priester en profeet te zijn. Koning, om dienstbaar te zijn aan de mensen om je heen. Priester, om te getuigen van God en Hem zichtbaar te maken voor de wereld. Profeet, om uit te komen voor de waarheid en mensen een spiegel voor te houden. De doop geeft ons een opdracht in de wereld, en tegelijk geeft het de belofte van God dat Hij bij ons zal zijn en ons de kracht zal geven die opdracht uit te voeren.

Toen ik daar over na zat te denken, werd het langzaam aan dag. Ondertussen begon het mij ook te dagen. Het nieuwe leven van Alan was niet begonnen toen hij doodging. Zijn nieuwe leven was al lang bezig geweest. Hij had niet gewacht op zijn dood -vroeger of later-, hij wilde al veel eerder leven met God. Daar had hij zijn best voor gedaan en het was hem bijzonder goed afgegaan. De dood was niet de eerste verandering, dat was al gebeurd bij de doop en in zijn keuze om dan ook als gedoopt mens te leven. Door ‘a life of influence’ te leven, probeerde hij koning, priester en profeet te zijn. Op zijn eigen manier, duidelijk geïnspireerd door zijn geloof.

De opdracht van de doop

Nu begon ik pas écht te begrijpen wat mijn eigen doop betekende. Het leven wordt niet pas nieuw wanneer ik doodga, mijn leven is al nieuw geworden in de doop! In de doop heeft God tegen mij gezegd: “Je bent mijn geliefde kind.” Hij kijkt me met liefde aan en geeft me de opdracht om te leven als koning, priester en profeet. Al ben ik letterlijk priester, ik vroeg me wel af of ik genoeg bezig was een invloedrijk leven te leven, een leven dat ook voor anderen zinvol is. Als ik nog iets eerlijker ben: hij was dertig, ik negenentwintig en ik vroeg me af of ik wel net als hij het meeste gemaakt had van mijn tijd en talenten. Ja, ook priesters kunnen zich dat afvragen. Dat moet denk ik ook, om ook echt te blijven gaan voor de opdracht die de doop is.

De Engelse schrijver C.S. Lewis zei eens: “De vraag is niet: kan iemand een goed leven leiden zonder Christendom? De vraag is: kan ik dat?” De inhoud van ons geloof, de sacramenten, ons gebed… het zijn allemaal dingen die ons helpen om waardevolle levens te leven. Waardevol in wat we betekenen voor het leven en geloof van anderen. Waardevol ook omdat ze ons de vreugde van het geloof geven. De vreugde dat je God ‘vader’ kunt noemen en weet dat je ook écht Zijn kind bent.

Gedoopt om een nieuw leven te leiden

Na de geboorte begint het leven. Je leert praten, lopen, met mes en vork eten… en wordt uiteindelijk volwassen en hopelijk een verantwoorde burger. In de doop wordt je geboren als Christen, dan begint jouw leven en leren. Paulus zegt daar ook iets over. Na Zijn dood, leefde Jezus een nieuw leven. “Het leven dat Hij leeft heeft alleen met God van doen.” En als wij dus met Hem begraven en opgestaan zijn, moet ons leven ook nieuw zijn: “Zo moet ook gij uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.”

Levend voor God, live a life of influence…  In de afgelopen maanden ben ik me bewust geworden dat ik al een keer opnieuw geboren was. Hoe kan ik er nou voor zorgen dat mijn leven ook een ander, nieuw leven is? Een leven dat alleen met God van doen heeft? Meteen bij terugkeer in Nederland kreeg ik een kans… de bisschop vroeg mij om naar een andere parochie te gaan. Daar heb ik meteen ‘ja’ op gezegd. Dat gaf mij namelijk de kans om nieuwe keuzes te maken voor mijn leven en werk. Ik vertel het nu nog meer aan de mensen die zich laten dopen. Hier begint het, hier begint je leven met God. En je hebt iedere dag opnieuw de kans om iets te doen met je doop. Je kunt dienen, als een koning aan zijn volk. Je kunt God dichterbij mensen brengen, zoals een priester doet. Je kunt getuigen van recht en je uitspreken tegen onrecht, als een echte profeet. Leef je Doopsel. Live a life of influence!

Dit artikel verscheen eerder in Omega Magazine, winter 2013